Interview: Handvatten om de productiviteit van zeecontainertransport in het achterland te verbeteren
De komende jaren komen er heel veel extra zeecontainers aan in de Rotterdamse haven, die allemaal naar het achterland moeten worden vervoerd. Onderzoek van Topsector Logistiek en Smartport, in samenwerking met de VITO (Vereniging van Nederlandse Inland Terminal Operators) en het havenbedrijf Rotterdam, toont aan dat de bestaande infrastructuur dat extra transport wel aankan. Toch dreigt het door gebrekkige afstemming tussen ketenschakels vast te lopen. Om dit goederenvervoer vlot te trekken, werd een praktisch model ontwikkeld waarin alle betrokken partijen handvatten vinden om ketenbrede verbeteringen door te voeren die de achterlandproductiviteit vergroten. Michel van Dijk, voorzitter van de VITO, deelt zijn ervaringen.
Basiselementen productiviteit en capaciteit
Wat dit onderzoek anders maakte dan eerdere analyses van de achterlandcontainerketen, is dat het fundamenteel was, stelt Michel. “Het beschrijft de basiselementen waar je op moet letten als je het hebt over capaciteit en productiviteit. Die begrippen worden nogal eens door elkaar gehaald, waardoor je niet tot oplossingen komt. Je moet begrijpen wat je aan de productiviteit op het ene deel van de keten kan verbeteren om ook de productiviteit op het andere deel te verbeteren, zodat alle partijen in staat zijn hun capaciteit maximaal te gebruiken. Dit onderzoek was nodig om te kijken welk onderdeel van belang is voor welke functie van de logistieke keten. Dan weet je waar je verbeteringen kan doorvoeren.”
Theorie wijkt af van praktijk
“Stel: je hebt een of twee kranen op een bepaalde locatie en een x aantal meters kadelengte, dan kun je theoretisch een bepaald aantal containers overslaan per week. Maar je productiviteit is iets heel anders. Dan heb je te maken met milieuvergunningen, met beperkingen qua personele bezetting, weersomstandigheden en je relatie met de scheepvaart. Met de kanalen en sluizen die beschikbaar zijn. Met afsluitingen, stremmingen en drukte. Dan kan het zijn dat je niet je optimale systeem kunt draaien onder je kraan en word je beperkt in je productiviteit. En als de terminal helemaal volstaat, omdat je de containers niet kwijt kunt op een depot of in de zeehaven, moet je ze vaker vastpakken. Dan gaat het niet over je capaciteit, maar puur om je productiviteit. In de productiviteit zitten de kortetermijnoplossingen en in de capaciteit de langetermijnoplossingen.”
Fundamentele benadering
De uitkomsten van het onderzoek – er is geen sprake van een capaciteitsprobleem, maar van een productiviteitsprobleem - verrasten Michel niet echt. “Dit is precies wat we steeds aangeven. Wat voor ons wel verrassend was, was hoeveel moeite het kostte om het onderscheid tussen capaciteitsbepalend en –beïnvloedend en productiviteitsbepalend en -beïnvloedend helder op papier te zetten. Om die vier begrippen uit elkaar te halen. Waar schaar je iets dan onder? Is een milieuvergunning bijvoorbeeld bepalend of beïnvloedend? En geldt dat dan voor de productiviteit of de capaciteit?”
“Het is puur een basale indeling: daarin zit niet de oplossing. Het is vooral een fundamentele benadering om met de juiste veronderstellingen oplossingen te zoeken. Dat misten we tot op heden, waardoor verkeerde oplossingen werden aangedragen. Bijvoorbeeld oplossingen die iets zouden bijdragen aan de capaciteit, terwijl ze hooguit iets doen aan de productiviteit.”
“Met de fundamentele benadering die er nu ligt, kunnen we dat soort issues makkelijker voor het voetlicht brengen en toelichten waaróm je productiviteit en capaciteit niet door elkaar moet halen. Met deze indeling kunnen we veronderstellingen beter duiden.”
Concrete verbetering
Op de vraag welke kennisvragen in een eventuele vervolgfase moeten worden beantwoord om van inzicht naar concrete verbetering te komen, antwoordt Michel: “De huidige indeling van productiviteit, capaciteit, bepalend en beïnvloedend is een kwalitatieve benadering. Nu zouden we een kwantitatieve slag kunnen slaan door te kijken hoe de keten in elkaar zit. In hoeverre zorgen allerlei productiviteitsbepalende of -beïnvloedende factoren ervoor dat je de capaciteit wel of niet optimaal benut? Waar vind je laaghangend fruit? En hoe realiseer je dat capaciteiten op elkaar aansluiten in de keten?”

