We werken aan een vernieuwde merkidentiteit.

Logo TSL

Interview: Zeecontainertransport naar het achterland vraagt om integraal ketenperspectief

Gepubliceerd op 18 september 2026
Anne Saris 5 – klein – Havenbedrijf Rotterdam

In hoeverre herkennen jullie de conclusie dat de grootste winst niet in extra infrastructuur zit, maar in betere benutting van bestaande capaciteit?

“Het onderzoek toont aan dat bepaalde delen van de keten nog een grote slag kunnen slaan qua productiviteit. Dat beeld herkennen we. Er is veel geïnvesteerd in het uitbreiden van de theoretische capaciteit en dit zal bij de containerterminals de komende jaren verder toenemen. We hebben immers ook een behoorlijke groei in het vooruitzicht, van circa 30% meer containers in de komende vijf tot tien jaar. Waar we op de weg de grens in zicht zien komen, liggen er op het spoor en in de binnenvaart juist kansen om de bestaande capaciteit beter te benutten.
Zoals het rapport ook beschrijft, moeten we niet aan symptoombestrijding doen. De nadruk wordt snel gelegd op meer 'hardware' en infrastructuur, maar een échte oplossing vergt een integraal ketenperspectief en een zoektocht naar welke oorzaken het beste bijdragen aan een verbetering. Aan een verbetering waar de keten als geheel baat bij heeft.”

Welke gevolgen heeft het huidige ‘productiviteitsgat’ voor de concurrentiekracht van Rotterdam als haven?

“In de haven zijn we door alle geopolitieke en globale ontwikkelingen genoodzaakt om veel wendbaarder en veerkrachtiger met disrupties en ontwikkelingen om te gaan. Door de productiviteit binnen de bestaande capaciteit te kunnen op- en afschalen, kan de keten deze veranderingen opvangen en loopt het systeem niet vast. De mate van weerbaarheid in de keten gaat dus het verschil maken in de toekomst en bepaalt in welke mate we als haven concurrerend blijven.

Het verschil tussen de capaciteit die de infrastructuur en logistieke keten in theorie aankunnen en de capaciteit die in de praktijk daadwerkelijk wordt verwerkt, vormt daarbij een risico. Wanneer beschikbare capaciteit niet optimaal wordt benut, ontstaan wachttijden, herplanning, lagere beladingsgraden en andere inefficiënties. Deze nemen alleen maar toe naarmate de containervolumes de komende jaren verder toenemen. Dat raakt direct aan de betrouwbaarheid, voorspelbaarheid en aantrekkelijkheid van Rotterdam voor verladers en rederijen. Het is dus essentieel dat de ketenschakels beter op elkaar worden afgestemd, waardoor een betere benutting van de assets ontstaat en verstoringen sneller worden opgevangen. Juist die gezamenlijke ketenproductiviteit versterkt de concurrentiepositie van Rotterdam ten opzichte van andere Europese havens. ”

Het rapport benoemt governance en KPI-sturing als belangrijke oorzaken van inefficiëntie. Wat betekent dat concreet voor de praktijk?

“Governance en KPI-sturing gaan in de praktijk over de vraag waarop partijen worden afgerekend en welke prestaties worden beloond. In een complexe internationale containerketen is het logisch dat iedere partij primair stuurt op de prestaties waarvoor zij zelf verantwoordelijk zijn. Tegelijkertijd laat het rapport zien dat de prestaties van de achterlandketen uiteindelijk afhankelijk zijn van de samenwerking tussen alle schakels. Wanneer processen onvoldoende op elkaar aansluiten, kan dat leiden tot extra wachttijden, herplanning of een minder efficiënte benutting van capaciteit in de keten.”

“Het speelveld van terminals en rederijen beperkt zich daarbij niet tot Rotterdam, Nederland of Europa. Het zijn wereldwijde spelers die opereren in internationale netwerken en vanuit die context hun afwegingen maken. Juist daarom is het belangrijk om ook te kijken naar het gezamenlijke belang van een goed functionerende achterlandketen. Een betrouwbare, wendbare en efficiënte goederenafhandeling maakt de haven aantrekkelijk voor verladers, logistieke dienstverleners, terminals en rederijen. Uiteindelijk profiteert de hele keten daarvan.
De uitdaging is daarom niet om individuele KPI's te vervangen, maar om daarnaast meer zicht te krijgen op ketenprestaties. Denk bijvoorbeeld aan indicatoren rondom betrouwbaarheid, voorspelbaarheid, wachttijden en capaciteitsbenutting over meerdere schakels heen. Binnen diverse werkgroepen verkennen we met de verschillende stakeholders hoe we deze gezamenlijke opgave kunnen oppakken en hoe meer ketenbrede samenwerking kan bijdragen aan een toekomstbestendig logistiek systeem.”

Welke rol kan digitalisering spelen bij het verbeteren van de samenwerking tussen zeehaven en achterland?

“Als we de schakels in het systeem beter op elkaar willen aansluiten, dan is een goede informatievoorziening tussen deze schakels cruciaal. Het delen van data stelt partijen in staat om beslissingen te nemen op basis van dezelfde en actuele informatie. Digitalisering van deze datastromen is een middel om dit zo efficiënt mogelijk te doen. Tegelijkertijd is digitalisering geen doel op zich. In de Rotterdamse haven wordt via platforms, zoals Portbase, al veel informatie gedeeld. Het rapport laat echter zien dat er nog winst te behalen is in de beschikbaarheid, standaardisatie, betrouwbaarheid en uitwisseling van data tussen schakels in de keten. In sommige gevallen gaat het om relatief eenvoudige informatiebehoeften die snel kunnen worden opgelost. In andere gevallen is het complexer, bijvoorbeeld omdat data bij veel verschillende partijen ligt of omdat er geen uniforme standaarden zijn.”

“Daarnaast moeten we erkennen dat niet alle data zomaar gedeeld kan of zal worden. Sommige informatie heeft een commercieel karakter en vraagt om zorgvuldige afspraken over gebruik, eigenaarschap en vertrouwelijkheid. Juist daarom is samenwerking zo belangrijk. De uitdaging is niet om alle data centraal beschikbaar te maken, maar om partijen toegang te geven tot de informatie die nodig is om de keten beter te laten functioneren.

Als die randvoorwaarden op orde zijn, kan digitalisering helpen bij de ontwikkeling van steeds meer integrale en dynamische planningssystemen. Daarmee kunnen verstoringen eerder worden gesignaleerd en kunnen zeehaven en achterland flexibeler inspelen op veranderingen. Dat vergroot de betrouwbaarheid, productiviteit en veerkracht van de hele containerketen.”

Wat zijn volgens jou de belangrijkste vervolgstappen om de inzichten uit dit onderzoek daadwerkelijk in de keten te laten landen?

“Het verbeteren van de productiviteit in de achterlandcontainerketen kan alleen slagen als ketenpartijen dit gezamenlijk oppakken. De uitdagingen waar we voor staan, zoals volumegroei, capaciteitsbenutting en toekomstige knelpunten, raken immers de hele keten en kunnen niet door één partij afzonderlijk worden opgelost.
Daarom is het belangrijk om te beginnen met het creëren van een gezamenlijk en eenduidig beeld van de huidige situatie en de uitdagingen die voor ons liggen. Het is noodzakelijk dat alle betrokken partijen hetzelfde beeld hebben van de beschikbare capaciteit, de verwachte groei van containervolumes en de mogelijke bottlenecks die daarbij kunnen ontstaan.”

“Om dat te bereiken werken we momenteel aan een kwantitatieve studie naar capaciteit en productiviteit, waarin de inzichten uit dit onderzoek worden vertaald naar de praktijk van Rotterdam en het achterland. Het gezamenlijke karakter daarvan is essentieel. Alleen wanneer de uitkomsten ketenbreed worden onderschreven, ontstaat een gedeeld inzicht in waar de grootste knelpunten en kansen liggen.

Dat gezamenlijke feitenbeeld vormt vervolgens de basis voor de vervolgstap: het bepalen van prioriteiten en het ontwikkelen van een gezamenlijke aanpak. Zo ontstaat niet alleen inzicht in waar productiviteitswinst mogelijk is, maar ook de urgentie en het commitment om als keten samen de juiste interventies door te voeren. Juist die gezamenlijke verantwoordelijkheid is uiteindelijk de sleutel tot een toekomstbestendige en veerkrachtige achterlandcontainerketen.”