We werken aan een vernieuwde merkidentiteit.

Logo TSL

Grotere leveringszekerheid door optimale inzet multimodaal goederenvervoer

Gepubliceerd op 7 mei 2026

De actuele geopolitieke spanningen maken iedereen duidelijk wat de wereldwijde impact van bijvoorbeeld een oorlog kan zijn, ook qua leveringszekerheid. Het is niet voor niets dat het ministerie van I&W de leveringszekerheid van goederen van vitaal belang acht voor de stabiliteit van de Nederlandse economie en samenleving. Naast geopolitieke ontwikkelingen vormen echter ook de vele files, personeelstekorten, klimaatproblematiek en het onderhoud van de bestaande infrastructuur een flinke uitdaging. Maar hoe zorgen we dan toch voor een duurzaam, bestendig en veerkrachtig logistiek systeem in Nederland? Dat onderzoekt Topsector Logistiek in het programma Multimodaal Goederenvervoer, om vervolgens praktische oplossingen voor de sector te ontwikkelen. “Het uiteindelijke doel? Dat is een betere benutting van ons multimodale netwerk ten gunste van de logistieke positie van Nederland”, stelt Marten Schotanus, projectleider optimaal benutten.

MartenSchotanus-777×1024
Marten Schotanus, projectleider Topsector Logistiek (Multimodaal Goederenvervoer)

Multimodaal goederenvervoer

Binnen het programma Multimodaal Goederenvervoer wordt in diverse projecten intensief samengewerkt met bedrijven, overheid en kennisinstellingen, om zo te zorgen voor een duurzaam, bestendig en veerkrachtig logistiek systeem. Om dat te realiseren, worden praktische oplossingen ontwikkeld, waarmee zoveel mogelijk bedrijven hun voordeel kunnen doen. De projecten vallen onder drie thema’s: Corridors van de Toekomst, Joint Corridors Off-Road en Leveringszekerheid. Dit laatste thema is opgesplitst in veerkracht, waar Hans Moonen in een eerder artikel meer over vertelde, en optimaal benutten, het onderdeel waarvan Marten Schotanus de projectleider en -ontwikkelaar is. “Bij optimaal benutten gaat het erom dat je de inefficiënties in de keten identificeert en probeert weg te nemen, zodat het huidige multimodale systeem optimaal kan worden gebruikt. Dan hebben we het over vooral over stromen van de zeehavens naar de eindbestemming in het achterland en vice versa. Door inefficiënties in het goederenvervoer wordt de capaciteit namelijk niet optimaal ingezet. De vraag is hoe je die kunt beïnvloeden. Daar houd ik me binnen dit programma mee bezig.”

Aanpassingen importinspecties

Marten: “Ik zal een paar voorbeelden van projecten of projecten in opstart noemen. Zo proberen we ons samen met het bedrijfsleven en de NVWA, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, te richten op de importstroom van koelcontainers met veterinaire goederen. Vanuit de huidige werkwijze en wet- en regelgeving dient zo’n container nu bij binnenkomst verplicht gekeurd te worden in de port of entry. Dat betekent dat containers eerst naar een keurpunt moeten worden vervoerd, wat extra handelingen, vertraging en kosten veroorzaakt. Daarna zet niemand meer een binnenvaartschip in om die containers verder landinwaarts te brengen, want dat maakt het nóg inefficiënter en duurder. We onderzoeken nu of we de importinspecties misschien op een andere, snellere manier kunnen afhandelen. Of op een andere locatie, waardoor het wel aantrekkelijk wordt na afloop een binnenvaartschip in te zetten. Zo kan het inspectieproces wellicht worden versneld. En als je de containers van de weg naar het water haalt, heeft dat ook maatschappelijke voordelen. Bovendien levert het de hele keten kostenvoordeel op.”

Productiviteit achterland

“Een ander project is in de afrondende fase”, aldus Marten. “We hebben hiervoor een nulmeting uit laten voeren, waarin de factoren die de productiviteit en capaciteit bepalen en beïnvloeden in het achterland in kaart zijn gebracht. Bij de capaciteit gaat het om de hoeveelheid containers die in de bestaande infrastructuur van en naar het achterland kunnen worden vervoerd als alles optimaal draait. Bij de productiviteit draait het om de mate waarin we deze capaciteit weten te benutten. De factoren die dit bepalen en beïnvloeden zijn belangrijk, omdat zo inzichtelijk wordt aan welke knoppen we kunnen draaien en welke gerichte interventies in projecten we kunnen opzetten om zo de productiviteit van het achterland te verhogen. Dit moet ervoor zorgen dat we ook de verwachtte groei van containers, in combinatie met het toenemende personenvervoer, met de hele keten kunnen opvangen.”

Voorspelling kraansnelheid

Een ander concreet onderzoek gaat over de voorspelbaarheid van de kraansnelheid. “Barge-operators in Nederland gebruiken allemaal software waarmee ze tijdsloten kunnen boeken in de haven, om te lossen en laden”, vertelt Marten. “Zo wordt alles zo optimaal mogelijk ingepland. Maar de kraansnelheid wisselt. Die is bijvoorbeeld afhankelijk van de windsnelheid en van de grootte van een schip. Als we nu de verschillende factoren die de snelheid van de kraan bepalen kunnen vaststellen, kunnen we de snelheid beter voorspellen en wordt de planning betrouwbaarder. Dat betekent minder wachttijden, waardoor binnenvaartschippers, deepsea- én inlandterminals efficiënter kunnen werken. We zien dit ook terug in het onderzoek naar achterlandproductiviteit, waaruit blijkt dat de betrouwbaarheid van de planning één van de bepalende factoren is voor productiviteit in de zeehaven.”

Overslagpunten

“Daarnaast zetten we in op een vervolgonderzoek naar overslagpunten, specifiek naar hubs voor bulkgoederen. Sommige binnenvaartschepen zijn te groot om de eindbestemming in het achterland te bereiken. Ook de waterstanden kunnen daarbij een rol spelen. Sommige volumes moet je dan misschien overladen op kleinere schepen of vrachtwagens. De andere kant op kan je ervoor kiezen om verschillende kleinere stromen te bundelen tot een grote stroom, om die vervolgens over water op de plek van bestemming te krijgen. Het doel is echt om goederen zo efficiënt mogelijk en zoveel mogelijk multimodaal te vervoeren, waarbij de sterkte punten per modaliteit worden gebruikt.”

Ketenbrede vraagstukken

“Om onze doelen te bereiken, inventariseer ik waar de inefficiënties in het huidige logistieke systeem zitten, start ik vervolgens gericht onderzoeken op en zorg ik dat die worden uitgevoerd.”
“Mijn rol is om partijen bij elkaar te brengen en onderzoeken zo vorm te geven dat ze daadwerkelijk bijdragen aan oplossingen voor de sector. In andere projecten ben ik vaak probleemoplossend bezig: dat is leuk en daar ben ik goed in, maar hier vind ik ook een stukje diepgang. Het is niet eendimensionaal; het zijn ketenbrede vraagstukken. Bij deze projecten mag ik zelf aan de knoppen draaien, onderzoeken formuleren en nieuwe projecten ontwikkelen. Hier komt alles samen. We werken bovendien met onderzoekspartijen, kennisinstellingen, marktpartijen en overheid, waardoor het speelveld divers en complex is, maar ook heel interessant. En alle projecten worden steeds concreter, dat is ook leuk.”

Onderzoeken die de keten verder helpen

Marten: “Mijn resultaatgerichtheid drijft mij. Ik wil iets concreets opleveren, iets nuttigs waar andere partijen echt iets aan hebben. Waar de hele keten in de toekomst voordeel van heeft. Vaak zijn er tegengestelde belangen in de keten. Het is mooi om dat bij elkaar te brengen en projecten te realiseren waarvan meerdere schakels in de keten daadwerkelijk profijt hebben. Eind van het jaar houdt het programma op. Voor die tijd wil ik zoveel mogelijk toegevoegde waarde hebben geleverd, in de vorm van concreet opgeleverde onderzoeken die partijen echt verder helpen. Het uiteindelijke doel? Dat is een betere benutting van ons multimodale netwerk ten gunste van de logistieke positie van Nederland. Daar doe ik het voor.”

Meer weten?

Wil je meer weten over het programma Multimodaal Goederenvervoer? Op de website van Topsector Logistiek vind je meer informatie. Je kan ook contact opnemen met programmamanager Kim Hazelaar, via Kim.Hazelaar@TopsectorLogistiek.nl. Heb je ideeën voor een project of wil je aansluiten bij één van bovenstaande projecten, neem dan contact op met Marten Schotanus via Marten.Schotanus@TopsectorLogistiek.nl.