“Als je gaat anticiperen op verstoringen, zie je dat alle puzzelstukjes er vaak al zijn”
Gepubliceerd op 16 april 2026De leveringszekerheid van goederen is van vitaal belang voor de stabiliteit van de Nederlandse economie en samenleving, stelt het ministerie van I&W in de Beleidsagenda Goederenvervoer. Toch is dat door de vele files, personeelstekorten, klimaatproblematiek, geopolitieke ontwikkelingen en onderhoud van bestaande infrastructuur een flinke uitdaging. Het programma Multimodaal Goederenvervoer van Topsector Logistiek onderzoekt daarom hoe we invulling kunnen geven aan een duurzaam, bestendig en veerkrachtig logistiek systeem en ontwikkelt praktische oplossingen voor de sector. Veerkracht is één van de aspecten die aan bod komen. “Je weet als bedrijf dat er een volgende grote verstoring komt, maar wanneer, dat is de vraag. We willen daarom handvatten bieden, zodat bedrijven daar beter op kunnen anticiperen”, zegt Hans Moonen, projectleider bij Topsector Logistiek.

Multimodaal goederenvervoer
Binnen het programma Multimodaal Goederenvervoer wordt in diverse projecten intensief samengewerkt met bedrijven, overheid en kennisinstellingen, vertelde programmamanager Kim Hazelaar in een eerder interview. Het doel is zoveel mogelijk praktische oplossingen te ontwikkelen, waarmee zoveel mogelijk bedrijven hun voordeel kunnen doen. Het eindpunt? Komen tot een duurzaam, bestendig en veerkrachtig logistiek systeem. Alle projecten van het programma zijn geschaard onder drie thema’s: Corridors van de Toekomst, Leveringszekerheid en Joint Corridors Off-Road. Hans Moonen houdt zich daarbij binnen het thema Leveringszekerheid bezig met veerkracht, een thema dat ook binnen de andere programmalijnen van Topsector Logistiek aandacht krijgt.
Van reageren naar anticiperen
“Binnen de logistiek heb je altijd te maken met grotere en kleinere verstoringen. Van oudsher is de logistiek best goed in het oplossen van problemen. De mindset is: we fixen het op het moment dat er iets gebeurt. Tegelijkertijd zie je de afgelopen jaren dat er best veel grotere verstoringen waren, zoals Covid en de Ever Given (het schip dat dwarslag in het Suezkanaal). Maar ook op kleinere schaal gebeurt er van alles. Een klant of leverancier die failliet gaat, een brand. Dat zijn allemaal onverwachte verstoringen, die je plotseling overkomen. Maar er zijn ook geplande verstoringen met veel impact, zoals de grote vervangings- en onderhoudsopgave van Rijkswaterstaat (RWS) en ProRail de komende vijftien jaar.”
“Je weet als bedrijf dat er een volgende grote verstoring komt, maar wanneer, dat is de vraag. We willen daarom handvatten bieden, zodat bedrijven daar beter op kunnen anticiperen, in plaats van alleen te reageren. Zodat ze weten wat ze moeten doen als het misgaat. Andere programmalijnen binnen Topsector Logistiek houden zich daarbij bezig met interne verstoringen of verstoringen in de keten, terwijl de programmalijn multimodaal zich focust op verstoringen in het ecosysteem. Bijvoorbeeld op een vaarweg die niet meer toegankelijk is of een logistiek knooppunt dat slecht bereikbaar is.” Binnen dat ecosysteem onderscheiden we vier pijlers.
Extreme waterstanden
De eerste pijler is Extreme waterstanden: laag- of juist hoogwater waarvan het vervoer over binnenwater hinder ondervindt. “We houden ons onder andere bezig met het gebruik van dynamische dieptebepaling”, aldus Hans. “Op dit moment geeft RWS een maximale diepte af waarop je als binnenvaartschipper mag beladen, maar als je de dynamische dieptebepaling gebruikt, kan je mogelijk veel dieper varen. Eerste analyses tonen aan dat je onder bepaalde omstandigheden wel dertig centimeter dieper zou kunnen varen bij laag water. Dan kunnen schippers dus veel meer lading meenemen. Dit traject gaat over de kwaliteitsanalyse van beschikbare dynamische dieptedata en over de gesprekken over een andere manier van veilig varen met RWS en verzekeraars. Want is de technologie betrouwbaar en het gebruik ervan echt verantwoord? Daarover voeren we gesprekken, om in overleg tot vervolgstappen te komen.”
Piekbelasting zeehavens
Piekbelasting zeehavens is de tweede pijler. Hans: “Multimodaal gaat vaak over containers. Rotterdam is de grootste containerhaven in Europa en wil de komende jaren nog eens met 50% groeien. Dat betekent ook extra containers naar het achterland, die nog meer beslag zullen leggen op de multimodale infrastructuur. Die zit al behoorlijk aan z’n max, waardoor het nog meer gaat knellen. Partijen als het Havenbedrijf Rotterdam, Koninklijke Binnenvaart Nederland, VRC/rederijen en TLN ontwikkelen daarom allemaal initiatieven op dit gebied. Wij kijken of we samen kunnen optrekken, om voor versnelling te zorgen.”
“Daarnaast startten we zelf met Havenbedrijf Rotterdam een traject rondom stuwage-informatie uitwisselen. Speciale software verdeelt het gewicht van de containers gelijkmatig over het binnenvaartschip, voorkomt dat containers met gevaarlijke stoffen naast elkaar staan en clustert containers voor eenzelfde bestemming. De terminal waar het schip aanmeert weet echter alleen wélke containers aan boord zijn, maar niet wáár ze staan. Dat maakt het lastig een schip goed gepland te lossen. Vaak wordt er eerst gelost en daarna geladen, waardoor er behoorlijk wat lege bewegingen zijn. Als een inlandterminal de beladingsdata gebruikt in haar planning, zou een tijdreductie van 20 tot 25% mogelijk zijn. Aan de diepzeeterminalkant is dit door een andere manier van werken beperkter, zeg 5 tot 10%. Dit zijn we nu verder aan het verkennen. Het mooie is: deze data zijn er gewoon. Je moet die alleen delen en slim gebruiken. Als je dat doet, zit daar zeker potentie in. Het zou de keten een stuk efficiënter en veerkrachtiger maken, en dat in tijden dat de capaciteit steeds meer gaat knellen.”
Regie tijdens crisis
De derde pijler draait om regie tijdens crisis. “Een grootschalige verstoring bij bijvoorbeeld een logistiek knooppunt heeft behoorlijke impact op het hele netwerk”, ervaart Hans. “De vraag is: hoe ga je daarmee om? Moet ieder voor zich zijn logistieke stromen op orde houden? Of is het logisch dat er bij crisis een regisseur opstaat?? Dat kan een infrastructuurbeheerder zijn, een lokale overheid of een samenwerking van logistieke partijen in het knooppunt. Vaak werken logistieke partijen al samen, dus dat is een mogelijk haakje. Dit onderwerp vliegen we samen met Topcorridors aan.”
Vervangings- en renovatieopgave
En dan ten slotte de vierde pijler: de vervangings- en renovatieopgave van de Nederlandse transportinfrastructuur. “De komende vijftien jaar wordt er naar verwachting een factor vijf meer vervangen en onderhouden”, weet Hans. “Het is belangrijk dat dat gebeurt, maar vanuit Topsector Logistiek hopen we wel dat de impact op de logistiek zo beperkt en voorspelbaar mogelijk blijft, zodat vervoer mogelijk blijft. We willen bijvoorbeeld voorkomen dat er gelijktijdig werkzaamheden plaatsvinden op meerdere routes naar een logistiek knooppunt, bijvoorbeeld aan vaarwegen én spoor, waardoor het knooppunt deels onbereikbaar wordt. Rijkswaterstaat heeft daar zeker oog voor en heeft een onderzoeksbureau opdracht gegeven deze problematiek uit te werken. Het gaat daarbij niet alleen om de impact op reizen, maar ook echt om de impact op de logistiek. Daarin trekken we samen op. We willen in kaart brengen wat de werkzaamheden en impact ervan zijn en dan een aanpak kiezen: volledige wegafsluiting, delen afsluiten of weekend- of nachtafsluitingen? En bepalen hoe je dat met oog voor de andere werkzaamheden wegzet in de tijd.”
“Het leidt ook tot de vraag welke logistieke stromen er in Nederland zijn en hoe die door het land bewegen. Dat gaan we onderzoeken. Het is geen nieuw onderwerp, maar we kijken of we dat in de versnelling kunnen krijgen.”
Puzzelstukjes
“Ik vind de logistiek een prachtige sector om in te werken, maar zie nog wel veel dingen die slimmer kunnen”, aldus Hans. “Als je gaat anticiperen op verstoringen, zie je zeker bij multimodaal dat alle puzzelstukjes er vaak al zijn. Het is zaak om al die kennis en ervaringen van overheidspartijen, bedrijfsleven en kennisinstellingen samen te brengen: dan is er zoveel meer mogelijk. Ik vind het leuk om daar een rolletje in te spelen. Het geeft energie als het lukt dit soort dingen in een stroomversnelling te krijgen.”
“Eind van dit jaar loopt dit programma officieel af. Ik hoop dat er een vervolg op het programma komt, maar vooral dat we tegen die tijd op veel van deze dossiers een paar stappen verder zijn. Dat we hebben geholpen de Nederlandse logistiek een stukje veerkrachtiger en efficiënter te maken. En beter voorbereid op de toekomst.”
Meer weten?
Wil je meer weten over het programma Multimodaal Goederenvervoer? Op de website van Topsector Logistiek vind je meer informatie. Je kan hier ook de whitepaper Logistieke veerkracht, van reageren naar voorbereid zijn downloaden. Voor aanvullende informatie of vragen kan je mailen naar Kim Hazelaar, via Kim.Hazelaar@TopsectorLogistiek.nl. Wil je in contact komen over logistieke veerkracht, neem dan contact op met Hans Moonen via Hans.Moonen@TopsectorLogistiek.nl.




