Energieprestatie-Indicator voor efficiënte inzet transportmiddelen
Gepubliceerd op 31 maart 2026Hoe zet je als transporteur je vervoersmiddelen zo efficiënt mogelijk in? Er zijn al verschillende indicatoren die daarbij helpen en daar komt nu een nieuwe indicator bij: de Energieprestatie-Indicator (EPI). Met de opmars van elektrische vervoersmiddelen is dat een nuttige toevoeging. De EPI geeft inzicht in de transportprestaties en maakt vergelijkingen mogelijk binnen een vervoersmiddel (bijvoorbeeld diesel versus elektrisch) en tussen modaliteiten (bijvoorbeeld weg versus spoor). Dat geeft handvatten om verbeteringen door te voeren en strategische keuzes te maken qua duurzaamheid en beleid. “We staan aan de basis van een KPI die mijns inziens heel belangrijk gaat worden”, stelt Roy van den Berg, onderzoeker bij CE Delft.
“Zeker als er steeds meer elektrische vrachtwagens zijn, zegt CO2-uitstoot eigenlijk niet zoveel meer. Dan is het veel beter om naar energieverbruik te kijken. Daarom wil Topsector Logistiek nu de Energieprestatie-Indicator verkennen.”Roy van den Berg, onderzoeker bij CE Delft.
Van uitstoot naar verbruik
Topsector Logistiek ontwikkelde al een aantal indicatoren om de impact en efficiency van transport te berekenen. Zo geeft de COFRET Prestatie Indicator (CPI) de CO2-uitstoot per vervoerde eenheid weer, terwijl de Load Performance Indicator (LPI) aangeeft hoe efficiënt een vrachtwagen is beladen. Het idee is dat een brede set aan indicatoren een zo compleet mogelijk beeld geeft van de performance, zodat deze steeds verder kan worden verbeterd. “Zeker als er steeds meer elektrische vrachtwagens zijn, zegt CO2-uitstoot eigenlijk niet zoveel meer”, aldus Roy, die is betrokken bij het project van Topsector Logistiek. “Dan is het veel beter om naar energieverbruik te kijken. Daarom wil Topsector Logistiek nu de Energieprestatie-Indicator, de EPI, verkennen.”
EPI berekenen
Topsector Logistiek wilde onderzoeken hoe zo’n EPI eruit moest zien. Hoe bereken je die op zo’n manier dat deze aansluit op bestaande rapportageverplichtingen en niet leidt tot extra administratieve lasten? En wat is de toegevoegde waarde ervan? Roy: “We hebben eerst gekeken welke EPI’s er al zijn, maar er was niet zoveel beschikbaar voor transport. Bovendien is de energieprestatie meestal erg CO2-gericht. We zijn daarom zelf aan de slag gegaan en hebben in kaart gebracht uit welke componenten het energieverbruik van een transportmiddel bestaat, om zo tot een rekenkundige formule te komen. We concludeerden dat je het energieverbruik in megajoule per vervoerde eenheid berekent door het totale energieverbruik te delen door het totale tonnage over een bepaalde afstand in vogelvlucht. Hoe lager dit getal, de EPI, is, hoe beter. In sommige gevallen is het overigens logischer om te rekenen met containers in plaats van tonnage, bijvoorbeeld in de containerbinnenvaart. Dat is sectorafhankelijk.”
Praktijktest EPI
De volgende stap was om de rekenformule te testen met data uit de praktijk van vervoer over weg, spoor en binnenwater. Daarbij was het vooral een uitdaging om de juiste data te verkrijgen, ervaarde Roy. “Je moet echt kijken waar de data uit bestaat en of het de data is die je nodig hebt. Gaat het brandstofverbruik van een vrachtwagen bijvoorbeeld over wat er dagelijks wordt gereden of over een tankbeurt?”
Bij de binnenvaart moest data uit verschillende bronnen worden gebruikt en gekoppeld. “Een bron ontsloot de data door middel van allerlei sensoren op een schip, terwijl een andere bron informatie over de lading aanleverde.” De berekening van het vervoer over het spoor was echter het meest complex. “We hadden bijvoorbeeld geen data over de trein van begin- tot eindpunt en wisten ook niet exact wat de lading was. Door een aantal aannames te doen, lukte het echter toch om tot uitkomsten te komen die de realiteit benaderen.”
Uitkomsten
Na de EPI’s voor de verschillende modaliteiten te hebben berekend, konden deze met elkaar worden vergeleken. De conclusie was dat het energieverbruik per tonkilometer het hoogste is voor het wegvervoer, daarna voor de binnenvaart en daarna voor het spoorvervoer. Een uitkomst die in de lijn der verwachtingen ligt en aantoont dat de rekenmethode werkt. Toch nuanceert Roy: “De praktijktest liet ook zien dat de interpretatie van de uitkomsten wel om een logistieke context vraagt. In de praktijk zegt de EPI vaak meer over logistieke inzet, zoals de belading, route en het rij- en vaarprofiel, dan over de technische efficiëntie van de transportmiddelen.”
Toegevoegde waarde
Op de vraag wat de belangrijkste toegevoegde waarde van de EPI is, antwoordt Roy: “De EPI geeft vervoerders een goed beeld van het energieverbruik van hun transportmiddelen, waardoor ze zien waar het misschien beter kan. In de loop van de tijd zien ze misschien variatie en kunnen ze achterhalen waardoor dat komt. Dat is heel waardevol, want dat helpt ook om kosten te reduceren.”
“Daarnaast helpt de EPI om in gesprek te gaan met de opdrachtgever. Een vervoerder kan hiermee aantonen: jij kiest hiervoor, maar als we het zo doen, kan je energie besparen.”
“En ten slotte denk ik dat de EPI in de toekomst echt van belang is om de verschillende transportmodaliteiten met elkaar te vergelijken en zo de totale logistiek efficiënter en duurzamer te maken.”
Belangrijke KPI
“Met de EPI staan we aan de basis van een KPI die mijns inziens heel belangrijk gaat worden”, stelt Roy enthousiast. “Door de elektrificatie van transport worden het belang en de toegevoegde waarde van de EPI steeds groter, terwijl de CPI, die draait om CO2-uitstoot, steeds minder relevant wordt. Ik vind het erg leuk daaraan bij te dragen.”
Nu de formule van de EPI voor transport is opgesteld, is het tijd voor de volgende stap. Roy: “We hebben de EPI gepresenteerd aan een aantal ontwikkelaars van calculatiesoftware, die de CPI en de LPI al in hun pakketten hebben verwerkt. Zij gaven aan dat er klanten zijn die er al om vragen. Wij gaan daarom nu een aantal energiefactoren aanleveren waarmee gerekend kan worden, waarna een aantal softwarepartijen de EPI in hun pakketten integreren. Dat maakt het voor transportbedrijven heel eenvoudig om inzicht te krijgen in de energieprestaties van hun transportmiddelen. Diverse van hun klanten zullen het vervolgens gaan testen.”
Meer weten?
Wil je meer weten over de Energieprestatie-Indicator? Voor vragen kan je contact opnemen met Chris Beezemer via Chris.Beezemer@TopsectorLogistiek.nl.


