We werken aan een vernieuwde merkidentiteit.

Logo TSL

Vanuit de hitte terug naar de sneeuw: wat het OCCR ons leert over logistieke veerkracht

Gepubliceerd op 28 juli 2026

Op 24 juni bezocht de stuurgroep Supply Chains van Topsector Logistiek het Operationeel Controle Centrum Rail (OCCR). Buiten tikte de temperatuur ruim boven de 30 graden aan. Nederland maakte zich op voor een recordweekend, met voor het eerst code rood vanwege extreme hitte. Binnen in Utrecht draaide het gesprek echter om een heel ander weersextreem: de sneeuw- en ijsperiode van begin januari 2026. Ook toen gold code rood. En ook toen stond één vraag centraal: hoe zorg je ervoor dat een complex logistiek systeem onder uitzonderlijke omstandigheden blijft functioneren?

Juist die tegenstelling maakte het bezoek zo treffend. Terwijl de zomerhitte de uitdagingen van klimaatverandering opnieuw zichtbaar maakte, werd duidelijk dat logistieke veerkracht niet begint op het moment dat een crisis zich aandient. Veerkracht ontstaat in de juiste voorbereiding, in samenwerking tijdens de verstoring, en vooral ook in het vermogen om na iedere verstoring weer beter te worden.

prorail

Het OCCR

Hoewel het bezoek plaatsvond op uitnodiging van ProRail, werd direct een belangrijk misverstand weggenomen. Het OCCR is nadrukkelijk geen afdeling van ProRail, maar een zelfstandige stichting met één gezamenlijk doel: het Nederlandse spoor zo goed mogelijk laten functioneren.

Onder één dak werken operationele specialisten van ProRail, NS, regionale vervoerders, goederenvervoerders, spooraannemers, en verantwoordelijken voor de reisinformatie en stations intensief samen. Niet vanuit afzonderlijke belangen, maar vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid voor het spoor als systeem.

Die gezamenlijke aanpak is essentieel. Op een gemiddelde dag rijden in Nederland ongeveer 5.500 treinen. Daarbij wordt een trein beschouwd als één volledige reis van begin- naar eindstation, doorgaans met vele tussenliggende haltes. In zo'n dicht bereden netwerk als het Nederlandse spoor zijn kleine verstoringen onvermijdelijk. De vraag is daarom niet óf zich een verstoring voordoet, maar hoe je ervoor zorgt dat deze zich niet ontwikkelt tot een groter probleem.

Verstoringen zijn normaal

Dat brengt ons direct op misschien wel de belangrijkste les van het bezoek. Verstoringen op het spoor worden nadrukkelijk niet als uitzondering gezien, maar als onderdeel van de dagelijkse praktijk.

En juist daarom beschikt het OCCR over ruim 2.000 vooraf uitgewerkte versperringsmaatregelen. De oorzaak van een verstoring verschilt misschien iedere keer – een defecte trein, een aanrijding, stormschade of winterweer – maar de operationele gevolgen van de verstoring blijken vaak verrassend vergelijkbaar. Daardoor kunnen vooraf ontwikkelde scenario's vaak direct worden toegepast.

Die standaardisering levert iets belangrijks op. Omdat het merendeel van de incidenten volgens beproefde procedures kan worden afgehandeld, ontstaat ruimte voor de uitzonderlijke situaties waarin juist maatwerk nodig is. Veerkracht betekent hier dus niet improviseren, maar juist weten wanneer standaardisering voldoende is en wanneer afwijken noodzakelijk wordt.

Snel besluiten en daarvan leren zijn cruciaal

De dagelijkse operatie binnen het OCCR draait om enkele duidelijke doelstellingen: voorkom dat kleine verstoringen uitgroeien tot grote problemen; beperk de impact wanneer een verstoring zich voordoet; keer zo snel mogelijk terug naar de reguliere dienstregeling; en zorg ervoor dat reizigers uiteindelijk veilig thuiskomen en goederen de eindbestemming bereiken.

Om dat mogelijk te maken werken de Officieren van Dienst volgens het BOB-principe: beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvorming. Binnen uiterlijk vijftien minuten moet een besluit zijn genomen.

Die snelheid is alleen mogelijk doordat besluitvorming niet losstaat van leren. Binnen het OCCR wordt nadrukkelijk gewerkt volgens de Plan-Do-Check-Act-cyclus. Incidenten worden geëvalueerd, procedures aangepast en ervaringen vastgelegd. Zo wordt iedere verstoring ook een bron van nieuwe kennis.

Winterweer als stresstest

Een belangrijk deel van de middag stond in het teken van de voorbereiding op de verschillende seizoenen. Hitte, storm, herfst en winter kennen ieder hun eigen risico's. En door klimaatverandering worden die risico's steeds nadrukkelijker zichtbaar. Wateroverlast wordt in de nabije toekomst mogelijk een vijfde thema om goed op voorbereid te zijn, aangejaagd door hogere temperaturen, intensere stormen en extremere neerslag.

Het winterweer van januari 2026 vormde hier binnen een interessante casus. Vallende sneeuw werkt bijvoorbeeld sterk verstorend op wissels. Nederland beschikt over ongeveer 6.000 wissels. Ongeveer 2.500 daarvan – de meest cruciale – zijn voorzien van wisselverwarming. Niet-verwarmde wissels blijven tijdens zware winterse omstandigheden in principe in één stand liggen om storingen te voorkomen. Daarmee wordt bewust gekozen voor robuustheid boven maximale flexibiliteit.

Ook wordt bij extreem winterweer de dienstregeling aangepast. Opvallend bleek wel dat tijdens de zwaarste sneeuwdagen slechts ongeveer 15 procent van het normale aantal reizigers gebruik maakte van de trein, terwijl wel vrijwel alle treinen bleven rijden. NS hanteerde daarbij een aangepaste dienstregeling, veelal gebaseerd op de zondagsdienstregeling, maar het netwerk bleef grotendeels operationeel.

Dat laat zien dat logistieke veerkracht niet alleen draait om het bedienen van de actuele vraag. Soms vraagt maatschappelijke continuïteit juist om het in stand houden van capaciteit, ook wanneer de bezetting sterk afneemt.

Leren zonder schuldigen te zoeken

Vervolgens werd stilgestaan bij de uitgebreide evaluatie die na afloop van de winterperiode werd uitgevoerd. Gedurende twee maanden analyseerde ProRail de gebeurtenissen uitvoerig. Niet met als doel om schuldigen aan te wijzen, maar juist om een zo objectief mogelijk feitenrelaas op te stellen. Die aanpak resulteerde uiteindelijk in 31 concrete aanbevelingen.

Die benadering sluit nauw aan bij een belangrijk uitgangspunt van logistieke veerkracht. Organisaties worden niet sterker door fouten te vermijden, maar door systematisch te leren van wat zich daadwerkelijk heeft voorgedaan. Dat vraagt om openheid, een gezamenlijke analyse en de bereidheid om bestaande werkwijzen kritisch tegen het licht te houden.

Ook het goederenvervoer vraagt aandacht

Tijdens de bijeenkomst werd eveneens stilgestaan bij het spoorgoederenvervoer. Waar reizigerstreinen vrijwel allemaal rijden en bovendien zeer punctueel zijn – ongeveer 88 procent arriveert met maximaal drie minuten vertraging en circa 95 procent binnen tien minuten – laat het goederenvervoer een heel ander beeld zien. Zo rijdt bijvoorbeeld slechts tien procent van de goederentreinen volgens de oorspronkelijk afgesproken dienstregeling.

Dat verschil zegt niet zozeer iets over de kwaliteit van het spoor, maar vooral over de verschillende dynamiek van beide markten. Internationale verbindingen, grensovergangen, veel  meer vervoerders, uiteenlopende prioriteiten en afhankelijkheden maken goederenvervoer aanzienlijk complexer.

Een kwaliteitsproduct waar veel van te leren valt

Het Nederlandse spoor krijgt regelmatig kritiek wanneer zich verstoringen voordoen, niet in het minst tijdens het winterweer afgelopen januari. Tegelijkertijd realiseren velen zich niet hoe hoog de prestaties van het systeem in internationaal perspectief zijn. Nederland behoort tot de absolute wereldtop, na Japan en Zwitserland. Daarbij geldt bovendien dat Zwitserland aanzienlijk meer investeert per kilometer spoor, terwijl in Japan vooral het hogesnelheidsnet uitblinkt en het regionale netwerk een volledig ander beeld laat zien.

Het bezoek aan het OCCR maakte de stuurgroepleden duidelijk hoeveel bevlogen professionals dagelijks samenwerken om dat kwaliteitsniveau vast te houden. Niet door te vertrouwen op improvisatie, maar door voorbereiding, samenwerking, standaardisatie en continu leren centraal te stellen.

Misschien is dat wel de belangrijkste les van de middag voor logistieke veerkracht in bredere zin. Weerbaarheid ontstaat niet doordat verstoringen uitblijven. Ze ontstaat doordat organisaties accepteren dat verstoringen onvermijdelijk zijn, zich daar zorgvuldig op voorbereiden en iedere gebeurtenis benutten om de volgende keer beter te handelen.

OCCR is een voorbeeld van logistieke veerkracht in de praktijk

Het OCCR laat iedere dag zien dat veerkracht veel meer is dan snel reageren. Het is een manier van organiseren. En juist daarin liggen waardevolle lessen voor alle logistieke ketens die zich willen voorbereiden op een toekomst waarin extremen steeds vaker de norm worden.

De belangrijkste principes als georganiseerd binnen het OCCR sluiten naadloos aan op de Topsector Logistiek aanpak van het thema veerkracht. Goed reageren is belangrijk, maar het kan niet zonder vooraf scenario’s uit te werken; te standaardiseren waar mogelijk; veerkracht in te regelen over organisatiegrenzen heen; en iedere verstoring na afloop systematisch te evalueren. Terugkijkend kunnen we dan ook concluderen dat het OCCR niet alleen een interessante praktijkcase is, maar feitelijk een voorbeeld van logistieke veerkracht in de praktijk is.

Door voorgaande benieuwd geworden wat Topsector Logistiek zoal doet om supply chains veerkrachtiger te maken? Op de website van https://topsectorlogistiek.nl/toepassingsgebieden/supply-chains Topsector Logistiek vind je meer informatie. Je kan hier ook het whitepaper logistieke veerkracht downloaden. Voor aanvullende informatie of vragen kan je mailen naar Guido de Wit, via guido.dewit@topsectorlogistiek.nl. Wil je in contact komen over logistieke veerkracht, neem dan contact op met Hans Moonen via hans.moonen@topsectorlogistiek.nl. Vergeet tenslotte niet om 29 september in de agenda te zetten en je via https://toekomstvanlogistiek.nl/ te registreren voor het eindcongres van Topsector Logistiek – een congres waar de toekomst van de logistiek centraal staat, met een prominente rol voor veerkracht. Tot dan!