We werken aan een vernieuwde merkidentiteit.

Logo TSL

Multimodale logistiek centraler in planning onderhoud transportinfrastructuur

Gepubliceerd op 24 maart 2026

Tijdens de Multimodaal Transport Expo op 12 maart 2026 in Breda stonden twee sessies geprogrammeerd over hetzelfde onderwerp. Een onderwerp waar niet iedereen binnen de logistieke sector elke dag bij stilstaat – of misschien in letterlijke zin juist wel: de impact van de sterk groeiende vervangings-en-renovatieopgave van de Nederlandse transportinfrastructuren.

Geschreven door Hans Moonen, projectleider Topsector Logistiek

wdd
Rob de Leeuw van Weenen (Projectmanager bij Panteia) en Olivier Arendsen (Adviseur Goederenvervoer bij Rijkswaterstaat) op de Multimodaal Expo 2026

Immense vervangings- en renovatieopgave aanstaande

Rijkswaterstaat en ProRail staan de aankomende jaren voor een immense vervangings- en renovatieopgave, factoren groter dan de voorbije jaren. Veel sluizen, bruggen en andere kunstwerken komen aan het einde van hun technische levensduur en zullen vervangen of gerenoveerd moeten worden. Ook de spoor- en wegeninfrastructuur zelf behoeft toenemend onderhoud. Schattingen van Rijkswaterstaat en ProRail variëren tussen een factor 3 tot zelfs 10x zo veel hinder door onderhoud en vervanging de komende 15 jaar vergeleken met de voorbije 15 jaar. Dit gaat in de periode 2025-2040 leiden tot veel geplande én ongeplande hinder door werkzaamheden aan wegen, vaarwegen, spoor, bruggen en sluizen.

Een voorbeeld van aanstaand onderhoud met veel impact is het – nog finaal te plannen – onderhoud aan de drukste brug van Nederland, de Van Brienenoordbrug. Een grootschalige vernieuwing is nodig daar deze brug niet alleen al bijna 60 jaar oud is, maar ook steeds intensiever wordt belast door groeiende en steeds zwaarder verkeer. Tijdens het de werkzaamheden zullen boogbruggen, brugkleppen en technische systemen voor bediening en besturing worden vervangen en/of vernieuwd. Tijdens de vernieuwing zal de brug deels open blijven, maar met langdurige verkeershinder. Omdat het een cruciale verbinding bij Rotterdam is, kan dit merkbare gevolgen hebben voor logistiek, transporttijden en filedruk rond de haven, de A16-corridor en ver erbuiten.

Tegelijk is het belangrijk te realiseren dat onderhoud zich ook nooit helemaal laat plannen. Tijdens het verdiepen en verbreden van het Julianakanaal in 2023 liep een bouwkuip (een tijdelijke constructie) onverwacht vol water. Dit leidde tot stilleggen van de werkzaamheden, gevolgd door een volledige stremming van het kanaal van liefst acht maanden tussen augustus 2024 en april 2025 om het probleem te herstellen en het kanaal alsnog te verdiepen. De impact was enorm op deze belangrijke binnenvaartroute. Logistieke ketens moesten omvaren of overschakelen op wegtransport, met extra kosten en druk op andere infrastructuur.

Een derde punt om aan te stippen is het belang om bij het plannen van onderhoud goed oog te hebben voor multimodale stromen, economische activiteiten of logistieke stromen die bepaalde routes over infrastructuur en kunstwerken gebruiken. Bij de planning van het onderhoud aan de Papendrechtsebrug – dat deze zomer zal starten – onderschatte Rijkswaterstaat aanvankelijk de impact op de maritieme industrie en de regio. De brug is een cruciale en niet te omzeilen route voor hoge schepen. Een maandenlange afsluiting voor hoge scheepvaart zou verstrekkende gevolgen voor geraakte bedrijven hebben, tot mogelijke faillissementen aan toe. Uiteindelijk heeft Rijkswaterstaat daarom besloten de planning aan te passen waardoor het mogelijk werd om maandelijks een brugopening te realiseren, om hierdoor de economische en logistieke schade te beperken.

Oog voor de belangen van de logistieke sector

Tijdens de expo stonden eerst Ingeborg Absil (Directeur Bereikbaarheid en Netwerkkwaliteit bij Rijkswaterstaat) en Wando Boevé (voorzitter stuurgroep multimodaal Topsector Logistiek) samen op het podium in een sessie getiteld “Een jaar later: de impact vervanging -en renovatie van onze infra in beeld, wat betekent dit voor jouw multimodale logistiek en dienstverlening”. Precies een jaar eerder stonden zij op hetzelfde podium,  en spraken ze af gezamenlijk op te trekken om de impact voor de sector zo klein mogelijk te houden. De omvang van de opgave betekent dat Rijkswaterstaat en de logistiek niet alles zelfstandig kunnen oplossen, maar juist samen moeten werken aan oplossingen. Deze ‘één jaar later sessie’ deed een belangrijke update waar Rijkswaterstaat, Topsector Logistiek en ProRail op de achtergrond nu samen staan. Ingeborg en Wando maakten duidelijk dat een gezamenlijke start is gemaakt om het vraagstuk aan te gaan pakken, waarbij is toegelicht dat Rijkswaterstaat aan de slag is gegaan om Slim Plannen, als onderdeel van de hinderaanpak, door te ontwikkelen. Hierbij is het doel om de werkzaamheden zodanig slim en multimodaal te plannen, dat de hinder voorspelbaar is en alternatieve routes beschikbaar zijn, zodat de netwerken zo min mogelijk vastlopen.

Een cruciale andere stap hierin is de ontwikkeling van een afwegingskader multimodale planning, waar Rijkswaterstaat en de Topsector gezamenlijk in optrekken. Met dit kader kunnen de infrastructuurbeheerders in hun planbeslissingen omtrent onderhoud en vervanging van infrastructuur expliciet oog hebben voor (multimodale) logistieke stromen en belangen. Dit was het onderwerp waar Rob de Leeuw van Weenen (Projectmanager bij Panteia) en Olivier Arendsen (Adviseur Goederenvervoer bij Rijkswaterstaat) in hun gezamenlijke sessie over "De renovatieopgave en hinderplanning: hoe houden we de Nederlandse logistiek in beweging?” in meer detail op ingingen. Panteia en Significance pakken dit traject momenteel in gezamenlijkheid op voor Rijkswaterstaat en Topsector Logistiek. In de sessie werd stilgestaan bij de input voor het afwegingskader waaronder de belangenafweging voor verschillende stakeholders, getoond hoe hinderbeelden te bepalen, en stilgestaan bij mogelijke strategieën. Tenslotte werd middels een set concrete vragen de dialoog met de sector gezocht, in vervolg op een veel langere validatie sessie eind februari.

Feedback vanuit de logistiek

Een aantal zaken viel op in de vragenrondes tijdens beide sessies die ik mocht modereren. Om te beginnen koppelen logistieke partijen terug toch wel verrast te zijn over de mate van opschaling van het aanstaande onderhoud en de daarbij behorende impact. Velen zijn zich nog onvoldoende bewust dat er zoveel meer onderhoud en renovatie aan zit te komen, en daarmee hinder voor de logistiek.

Vervoerders en verladers geven aan vooral baat te hebben bij een betrouwbare planning die goed uitgedacht is, zodat voorspelbaar zal zijn wat er wanneer zal gebeuren, en wanneer er waar hinder te verwachten is. Boodschap richting de infrastructuurbeheerders is dan ook: communiceer vooral tijdig, zodat de sector kan anticiperen en acteren. De sprekers vanuit Rijkswaterstaat gaven aan in hun planningen uiteindelijk tot tien jaar vooruit te willen werken – voor de logistieke sector duidelijk een te lange horizon.

In de verdiepende sessie van Rob en Olivier kwam expliciet de vraag op tafel of de sector een voorkeur heeft voor een hinderaanpak met het accent op “kort & hevig” of “lang & beperkt”. Een goede vraag, maar ook een vraag waar geen eenduidig antwoord op mogelijk is – deze blijkt sterk situationeel. Want sterk afhankelijk van te raken vervoersstromen, en eventuele uitwijkalternatieven over dezelfde of een andere modaliteit. Belangrijke conclusie dan ook om in de voorbereidende planfase goed te kijken wat de regionale impact gaat zijn, hierbij terugverwijzend naar de recente veranderingen in de aanpak van Papendrechtsebrug.

Het is en blijft kortom een complexe infrastructurele puzzel met nog veel onbekenden, waarbij maatwerk noodzakelijk is. Dit werd later dezelfde dag nog eens duidelijk onderstreept in een Technische Briefing aan de nieuwe Tweede Kamer door Rijkswaterstaat over de “hinderaanpak in relatie tot de instandhouding van de binnenvaartinfrastructuur”, welke hier is terug te kijken.

Tegelijk laat de sector in beide sessies nadrukkelijk weten erg blij te zijn met het feit dat Rijkswaterstaat en ProRail dit onderwerp nu zo serieus aan het oppakken zijn met ondersteuning vanuit Topsector Logistiek, om ook in de toekomst – ondanks te verwachten toenemende hinder – de multimodale logistieke stromen in beweging te houden.  

Reageren of meedenken?

Meedenken over het multimodale afwegingskader, of verder praten over de impact van de vervangings- en renovatieopgave op (multimodale) logistieke stromen: neem dan contact op met Hans Moonen, projectleider veerkracht binnen Topsector Logistiek. Hans is te bereiken via hans.moonen@topsectorlogistiek.nl