• 4 januari 2021

Transitiejaar Topsector – er is weer nieuw perspectief

Transitiejaar Topsector – er is weer nieuw perspectief

Transitiejaar Topsector – er is weer nieuw perspectief 1000 667 Topsector Logistiek

Een jaar vol twijfels en afwachten. Dat gold ook voor de Topsector Logistiek, waarvoor het een beslissend jaar was of er een doorstart gemaakt zou kunnen worden. Inmiddels is een nieuwe actieagenda opgebouwd en heeft een herstructurering plaats gevonden. Of er evenveel financiële ruimte zal zijn als voorheen, blijft nog even de vraag. De uitdaging is: hoe gaan veel meer bedrijven aanhaken. Heres Stad van Logistiek.nl interviewde Aad Veenman, boegbeeld van de Topsector Logistiek en Albert Veenstra van TKI Dinalog over de uitdagingen voor de Topsector Logistiek.

Nederland als nummer één op logistiek gebied in 2020. Voor minder ging de Topsector Logistiek niet, toen in 2016 de ambities werden geformuleerd. Nummer één betekende de bovenste positie in de internationale LPI lijst (Logistics Performance Index). Maar Nederland wist geen afstand te nemen van andere logistieke grootmachten en bleef stuivertje wisselen met nog een viertal landen. “Achteraf kunnen we constateren, dat de LPI geen goede graadmeter is”, zegt Aad Veenman, het boegbeeld – ook de komende jaren – van de Topsector Logistiek. “De top vijf verschilt onderling nauwelijks van elkaar. LPI gaat om het beeld dat anderen hebben. Dat is ongeschikt als instrument om de goed te kunnen monitoren.” “Inderdaad geen goed criterium”, meent ook Albert Veenstra (TKI Dinalog). “We dachten toen dat we invloed zouden kunnen hebben op de beeldvorming. Maar met onze projecten zijn we alleen binnen Nederland actief. Buitenlandse partijen mogen niet eens meedoen. Terwijl het juist draait in de LPI om de perceptie in het buitenland.”

Beperkte deel middelen toegezegd

Afgelopen maanden was er veel overleg met de ministeries (EZK en I&W). Het programma liep ten einde, dus moest er een formele afronding komen. Tegelijkertijd klonk de vraag: hoe nu verder? Aan de activiteiten van TKI Dinalog (innovatieonderzoek en kennisverspreiding) zit geen einddatum, al is het wel steeds de vraag hoe groot de middelen zijn en hoe ze worden verdeeld. De Topsector Logistiek (waar Connekt de coördinatie en organisatie voor verzorgt) had wel een nieuwe opdracht nodig vanuit het ministerie om zeker te zijn van een gezonde financiële basis. Dat is gelukt, al is volgens Veenman slechts een deel van de benodigde middelen toegezegd. “Onvoldoende om de ambities die er zijn, ook vanuit de klimaatakkoorden, waar te kunnen maken. We werken er hard aan om ook de rest van het budget binnen te krijgen.”

Veenman zegt op jaarbasis een bijdrage van 20 miljoen euro nodig te hebben vanuit de overheid. De helft is nu toegezegd, de rest laat vooralsnog op zich wachten. Datzelfde bedrag legt het bedrijfsleven bij, dat is ook in de afgelopen periode gelukt; cofinanciering in de publiek-private samenwerking betekent dat minimaal de helft vanuit de sector zelf moet komen. Voor TKI Dinalog is er ruimte om de komende drie jaar in ieder geval een eerste trance aan projecten te kunnen financieren. Veenstra: “De vraag is nog wel hoe we verder gaan, nu maatschappelijk relevantie steeds meer op de voorgrond komt en ook gemeenten en regio’s als financierder gaan optreden samen met bedrijven. Het model dat we altijd hebben gehanteerd zien we nu op meerdere plekken opduiken, dus daar ben ik op zich blij mee.”

Impact binnen en buiten de sector

Met name het ministerie van I&W stelt als belangrijke doelstelling, dat meer bedrijven moeten gaan aanhaken. Ruim 600 bedrijven zijn op dit moment actief betrokken bij actielijnen en onderzoeksprojecten vanuit de Topsector. “Dat moet verder groeien naar enkele duizenden, of zelfs tienduizenden”, heeft Veenman als niet eenvoudige taak op de schouders genomen. “De impact van logistieke innovatie op de samenleving moet meer zichtbaar worden, niet alleen in de logistieke sector maar ook daarbuiten. Dat gebeurt ook, met name in bijvoorbeeld de food en agribusiness. Ook die topsectoren wordt veel gedaan aan logistieke innovatie. Maar we zullen toch ook binnen de sector zelf moeten opschalen.”

Aad Veenman

Veenman heeft zijn hoop gevestigd op de partijen in de Logistiek Alliantie, waarin veel belangenorganisaties zich hebben verenigd. “Het netwerk zelf zal zich ook uitbreiden als een olievlek. De 600 bedrijven, die nu meedoen blijven aan boord en ik verwacht verder, dat we er in zullen slagen de komende periode om dat aantal te verdubbelen naar 1.200. Maar het moet naar meer. Als we de financiële middelen krijgen, zullen we daartoe ook in staat zijn. Daar ben ik van overtuigd.”
Afgelopen jaar heeft Veenman gezocht naar een opvolger om gezicht te geven aan de Topsector Logistiek. Dat was ook bijna gelukt, maar ging vanwege corona toch niet door. “Ik ben gevraagd om er nog een periode aan te plakken, dat ga ik doen. Ik was al in een vergevorderd stadium betrokken bij de ontwikkeling van de nieuwe agenda. Dan moet je ook bereid zijn om dit tot uitvoering te brengen en ik doe dat graag. Belangrijk is dat ik de benodigde steun krijg daarvoor vanuit de ministeries en van de mensen binnen de Topsector zelf waar ik mee werk.”

Logistiek staat volop in de aandacht

De uitvoeringsagenda 2021 – 2023 ziet er anders uit dan in de voorgaande periode. Daar draaide het om diverse programma’s en actielijnen. “Sommige daarvan werden heel groot, andere bleven klein. Dus het is goed, dat er een herschikking kwam”, constateert Veenstra. De opzet is nu simpeler: er zijn drie toepassingsgebieden: stadslogistiek, corridors en knooppunten en global supply chains. Dwars daarop zijn drie overkoepelende thema’s benoemd: duurzaamheid, digitalisering en ketenregie. En als derde perspectief lopen daar de onderwerpen human capital en internationalisering door heen.

Albert Veenstra

In de slipstream van de coronapandemie is logistiek krachtig op de maatschappelijke kaart komen te staan. De voormannen in de logistieke wereld vinden, dat daar wat mee moet worden gedaan om meerdere redenen. Vanuit onderzoeksperspectief is het interessant om te ontdekken hoe bijvoorbeeld de distributie van beschermingsmiddelen en van het vaccin zich verhoudt tot de logistieke expertise. “Met relatief weinig middelen hebben we bij diverse universiteiten al wat onderzoek kunnen opstarten”, vertelt Veenstra. Hij zou meer willen doen, als het RIVM daar ook wat meer medewerking aan zou willen geven. “Dit is toch iets waar we ons op kunnen onderscheiden. Mede vanuit die gedachte zijn we ook betrokken geraakt bij diverse onderzoeksprojecten binnen de zorgsector. Dat gaat dan weer buiten de Topsector Logistiek om.”

De pandemie heeft wat Veenman betreft duidelijk laten zien hoe kwetsbaar internationale supply chains kunnen zijn. “Dus dat wordt heel belangrijk nu in de komende periode, zowel in de actielijn corridors/knooppunten, als binnen het thema ketenregie. Logistiek krijg nu veel aandacht. Zelfs de minister-president begon één van zijn persconferenties met het woord Logistiek. Dat is belangrijk voor de uitstraling, ook om aantrekkelijk te zijn als sector voor jonge mensen.”

Samenwerken in ketens en daar buiten

Ketenregie zal sowieso meer aandacht krijgen. Veenman zegt ruimschoots de doelstellingen te hebben gehaald voor wat betreft het binnenhalen van ketenregieactiviteiten. “Maar dat betreft optimaliseren binnen de ketens zelf. Ketenoverschrijdend is er nog veel braakliggend terrein. We hebben dat gezien rond de ontwikkeling van 4C (Cross Chain Control Centers), daar zijn we te ambitieus geweest met onze doelstellingen, vooral ook omdat veel van die initiatieven een veel langere doorlooptijd nodig hebben. Ik verwacht daar in de komende periode veel meer van.”

Ook Veenstra ziet op dit punt veel ruimte om verder te ontwikkelen. “Tot nu toe zijn we qua toepassing niet veel verder gekomen dan de sector transport en logistiek en servicelogistiek, met mooie resultaten overigens. Maar we zullen het blikveld moeten verruimen naar bijvoorbeeld de maakindustrie. Terugkijkend zeg ik: er is veel gebeurd in de afgelopen periode, dat mocht je ook verwachten gezien het budget dat beschikbaar was. Maar de sector is zeer gefragmenteerd en dat zie je ook terug in de impact die we hebben kunnen realiseren. Soms is onze bijdrage groot geweest, zoals bijvoorbeeld in de bouwsector met de ontwikkeling van bouwhubs, elders valt er nog veel werk te doen. In algemene zin denk ik, dat we er goed voorstaan met de logistieke innovatie in Nederland.”